Stomavereniging onderzoekt met Stomapanel materiaalgebruik
Gebruiker niet bekend met beleid verzekeraars
De helft van alle mensen met een stoma gebruikt wel eens meer materiaal voor de opvang van ontlasting of urine dan gemiddeld wordt voorgeschreven. Redenen voor dit meergebruik zijn veranderde omstandigheden. Tijdens vakanties, met warm weer, door dunnere ontlasting of huidproblemen moet vaker het stomamateriaal worden vervangen. De procedures die zorgverzekeraars hanteren bij dit meerverbruik zijn bij de meeste stomadragers niet bekend. Dit zijn een paar opvallende uitkomsten uit onderzoek van het Stomapanel onder 758 stomadragers. Het Stomapanel is een initiatief van de Nederlandse Stomavereniging.
Het belang van goed en voldoende stomamateriaal is groot voor mensen die een stoma hebben. Dat geldt nog eens extra in tijden waarin de omstandigheden anders zijn dan anders. Wie geen stoma heeft en eens diarree heeft gehad, weet hoe lastig het is als er geen toilet in de buurt is. Een stomadrager die niet kan terugvallen op genoeg stomamateriaal zal in zo’n situatie letterlijk ‘overlopen’.
Representatief
De uitkomsten van deze peiling van het Stomapanel zijn voor de Nederlandse Stomavereniging erg belangrijk, omdat deze representatief zijn voor de hele achterban. In discussies rondom bezuinigingen op het basispakket wordt steeds scherp gekeken naar vergoedingen die te schrappen of in te perken zijn. Met de cijfers in de hand is het voor de stomavereniging gemakkelijker om politici, vertegenwoordigers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, College van Zorgverzekeringen en zorgverzekeraars te overtuigen van de incidentele noodzaak van meerverbruik.
De Nederlandse Stomavereniging staat op het standpunt dat mensen die chronisch meer materialen verbruiken dan gemiddeld, in elk geval advies of begeleiding moeten krijgen van een stomaverpleegkundige. Als duidelijk is dat meerverbruik onvermijdelijk is, moet volledige vergoeding geen strobreed in de weg worden gelegd.
Norm
Inmiddels wordt wel nauwlettend in de gaten gehouden wanneer er meerverbruik optreedt. De medisch speciaalzaken die het materiaal leveren, moeten de zorgverzekeraar inlichten als iemand de gebruiksnormen overschrijdt. Veel zorgverzekeraars eisen dan ook een verklaring van een medisch specialist of stomaverpleegkundige. Dat dit allemaal achter de schermen gebeurt, is bij de meeste stomadragers niet bekend.
Bij stomadragers is over het algemeen niet eens bekend dat zorgverzekeraars een gebruiksnorm hanteren voor stomamaterialen. Per zorgverzekeraar is deze norm verschillend. Meestal blijven stomadragers onder deze norm, maar in bijzondere omstandigheden overschrijdt dertig procent de gemiddelde hoeveelheid materiaal voor de dagelijks verzorging. Dit meergebruik heeft nog geen financiële consequenties voor de stomadrager, omdat zorgverzekeraars al het stomamateriaal moeten vergoeden.
Kosten
Andere uitkomsten van het onderzoek zijn gericht op het gebruik van accessoires voor de verzorging van de stoma. Ook daarbij is opvallend dat er meer middelen worden gebruikt als een stoma niet goed is aangelegd of door andere omstandigheden niet goed werkt. Bijna een kwart van de stomadragers heeft geen idee wat de kosten zijn van de stomamaterialen die zij gebruiken. Niemand krijgt automatisch een kostenoverzicht van de leverancier of de zorgverzekeraar. Dit terwijl tweederde aangeeft inzicht in het kostenaspect belangrijk te vinden.
Achtergrond
De uitvoering van het Stomapanel ligt bij Newcom, Research & Consultancy. Het panel bestaat uit mensen die zelf een stoma hebben of betrokken zijn bij de stomazorg. Aan deze vierde peiling – eerdere peilingen vonden plaats in 2009 – hebben 758 stomadragers deelgenomen. Bij elke peiling wordt op basis van inschrijfgegevens gekeken voor welke groep panelleden deze van toepassing is. De groep stomadragers bestaat uit mensen met een colostoma (dikkedarmstoma), ileostoma (dunnedarmstoma) of een urinestoma.


